KB nr. 15: tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis

Op 24 april 2020 is het langverwachte volmachten-KB in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. In dit artikel gaan we dieper in op het toepassingsgebied en de gevolgen van het KB.

Geplaatst in Ondernemingsrecht

Lees verder onder de foto

Update: Bij Koninklijk Besluit van 13 mei 2020 werd het moratorium voorzien in KB nr. 15 met één maand verlengd, tot 17 juni 2020.

Waarover gaat het?

Op 24 april 2020 is het langverwachte volmachten-KB m.b.t. het tijdelijke moratorium ter bescherming van de ondernemingen gedurende de COVID-19-crisis in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Vermits volmachten-KB’s in België traditiegetrouw genummerd worden, zal in deze nieuwsbrief verder verwezen worden als KB nr. 15.

In het verslag aan de Koning maken de opstellers van KB nr. 15 duidelijk dat ze beogen om de ondernemingen voldoende ademruimte te geven en een “staakt-het-vuren” tussen ondernemingen te bevorderen. KB nr. 15 wordt uitdrukkelijk als een aanvulling op en sluitstuk van de diverse maatregelen ter ondersteuning van de ondernemingen (uitstel van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen, financiële tegemoetkomingen,…) gepositioneerd.

Er wordt geopteerd voor een “automatisch” moratorium, dat op gelijke wijze geldt voor alle ondernemingen en dit zonder interventie van een rechtbank.

Toepassingsgebied van KB nr. 15

KB nr. 15 is van toepassing op “alle ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van Boek XX van het Wetboek van economisch recht (WER)". Concreet zijn dat:

  1. Alle natuurlijke personen die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen (dus ook bestuurders van rechtspersonen!);
  2. Alle (privaatrechtelijke) rechtspersonen, ongeacht of het vennootschappen of verenigingen zijn; en
  3. Alle organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een maatschap of een feitelijke vereniging.

Deze ondernemingen moeten in hun continuïteit bedreigd worden door de verspreiding van de COVID-19 epidemie of pandemie en haar gevolgen. Die bedreiging kan volgen uit het omzetverlies dat geleden werd, al dan niet als gevolg van een gedwongen sluiting van de onderneming.

Een belangrijke toepassingsvoorwaarde is dat de betrokken onderneming niet in staking van betaling was op 18 maart 2020 (aanvangsdatum van de lockdown). Het is immers niet de bedoeling om een onderneming met reeds bestaande, niet COVID-19-gerelateerde continuïteitsproblemen een even onverwachte als onverdiende gemakkelijke uitweg te bieden.

Alle schulden van de onderneming vallen onder het moratorium van KB nr. 15, ongeacht of ze al bestonden op 24 april 2020 of tijdens de duur het moratorium ontstaan. Dit is een belangrijk verschil met de opschorting die een onderneming kan verkrijgen in toepassing van de procedure van gerechtelijke reorganisatie onder Boek XX WER: die opschorting geldt alleen voor de schulden die bestaan op de datum van het vonnis dat de procedure opent.

Het moratorium

a. Duurtijd

KB nr. 15 creëert van rechtswege een tijdelijke opschorting van de schulden voor en periode vanaf de publicatiedatum van het KB nr. 15 (24 april 2020) tot en met 17 mei 2020.

Vanaf 18 mei 2020 gaat de zogenaamde “fase 2” van het exitscenario uit de lockdown in, en zouden de ondernemingsactiviteiten in grote mate hervat moeten zijn. Het is ondertussen al duidelijk dat dit bv. niet zal gelden voor de hele horecasector, en dat ook de zogenaamde “contactberoepen” (kappers, tandartsen,…) mogelijkerwijze nog niet, of minstens niet zonder ernstige beperkingen, kunnen opstarten. Ook voor alle andere ondernemingen is het echter zeer de vraag of de kasstromen al op een normaal niveau hersteld zullen zijn.

Update: Bij Koninklijk Besluit van 13 mei 2020 werd het moratorium voorzien in KB nr. 15 met één maand verlengd, tot 17 juni 2020.

b. Wat houdt het moratorium in?

i. Dagvaarding in faillissement of gerechtelijke ontbinding

Ten eerste kan een onderneming tijdens de duur van het moratorium niet op dagvaarding failliet verklaard worden, of gerechtelijk ontbonden. Een aangifte van faillissement blijft mogelijk. Let wel: het openbaar ministerie kan nog wel in faillissement dagvaarden.

ii. Bewarend of uitvoerend beslag

Ten tweede kunnen er geen bewarend of uitvoerend beslag gelegd worden op roerende goederen van de onderneming, noch enig ander middel van tenuitvoerlegging op de goederen van de onderneming.

Beslag op onroerende goederen (zowel bewarend als uitvoerend) blijft wel mogelijk. Als reden hiervoor haalt de wetgever aan dat een bewarend beslag op onroerend goed de continuïteit van de onderneming niet onmiddellijk treft, terwijl een uitvoerend beslag dermate lange termijnen heeft dat het de werkingsduur van het KB nr. 15 ruimschoots overschrijdt.

Gedwongen uitvoering op de goederen van een onderneming is niet mogelijk, maar het principe dat opeisbare schulden betaald moeten worden, blijft wel gehandhaafd. Dit houdt in dat al dan niet contractuele mechanismen zoals de schuldvergelijking of het retentierecht blijven spelen. Een niet-betaalde partij kan in toepassing van de exceptie van niet-uitvoering ook haar eigen verplichtingen onder een overeenkomst opschorten.

Tot slot moet er op gewezen worden dat de Wet Financiële Zekerheden niet geraakt wordt door het moratorium van KB nr. 15. Deze financiële zekerheden worden evenmin geraakt door de “gewone” gerechtelijke reorganisatie in toepassing van Boek XX WER.

iii. Ontbinden van overeenkomsten

Ten derde kunnen overeenkomsten die gesloten werden voor 24 april 2020 niet eenzijdig of gerechtelijk worden ontbonden wegens wanbetaling van een schuld die opeisbaar is onder dergelijke overeenkomst. Indien een onderneming bv. de huurtermijn die uiterlijk op 30 april 2020 betaald moet worden, niet kan voldoen, kan de verhuurder dit niet inroepen als grond voor ontbinding.

iv. Betalingstermijnen reorganisatie

Ten vierde worden de betalingstermijnen voorzien in gehomologeerde reorganisatieplannen voor de duur van het moratorium van KB nr. 15 verlengd, desnoods voorbij de maximale lengte van 5 jaar van een dergelijk reorganisatieplan.

v. Aangifte staking betaling

Ten vijfde is de verplichting om aangifte van staking van betaling te doen tijdens de duur van het moratorium van KB nr. 15 opgeschort. In principe moet een onderneming binnen de maand na de vaststelling dat zij in een toestand van staking van betaling verkeert, aangifte van faillissement doen. Dit moet dus al minstens tot en met 17 mei 2020 niet, zonder dat de ondernemer, of de leden van het bestuursorgaan (strafrechtelijke) aansprakelijkheid riskeren.

vi. Betalingen en het stellen van zekerheden

Ten zesde kunnen betalingen en het stellen van zekerheden in het kader van nieuwe kredieten die de onderneming tijdens het moratorium van KB nr. 15 verkregen heeft, in een eventueel navolgend faillissement niet teruggedraaid worden. De verstrekkers van nieuwe kredieten tijdens het moratorium van KB nr. 15 kunnen ook niet aansprakelijk gesteld worden voor onrechtmatige kredietverstrekking.

c. Afwijking van het moratorium van KB nr. 15

Het moratorium van KB nr. 15 is voor alle ondernemingen die aan de toepassingsvoorwaarden voldoen in principe automatisch en algemeen.

Elke belanghebbende partij kan echter bij dagvaarding de Voorzitter van de bevoegde ondernemingsrechtbank verzoeken te beslissen dat een onderneming niet valt onder het toepassingsgebied van de hierboven bedoelde opschorting of deze opschorting geheel of gedeeltelijk op te heffen bij een bijzonder met redenen omklede beslissing. De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding. De voorzitter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken.

De bedoeling hiervan is dat een schuldeiser die geconfronteerd wordt met een wanbetalende onderneming die in werkelijkheid geen (financiële) hinder heeft ondervonden van de COVID 19-pandemie, niet machteloos moet toekijken.

Bij de eventuele intrekking van het moratorium zal de Voorzitter onder meer rekening houden met de vraag of ten gevolge van de COVID-19 epidemie of pandemie de omzet of activiteit van de betrokken onderneming sterk is gedaald, of er volledig of deels beroep is gedaan op economische werkloosheid en of de overheid bevel heeft gegeven tot sluiting van de onderneming van de schuldenaar, alsook met de belangen van de verzoeker.

Slotbeschouwingen

KB nr. 15 is een performante beschermingsmaatregel op korte termijn. De automatische werking en het brede toepassingsgebied wat de schulden betreft die onder de opschorting vallen, zijn onmiskenbaar pluspunten voor ondernemingen die door de pandemie in liquiditeitsproblemen komen.

In eerste instantie is het moratorium van KB nr. 15 erg kort: tot en met 17 mei 2020. Er is in de mogelijkheid tot verlenging voorzien, en verwacht kan worden dat het moratorium aangepast zal worden in functie van de timing van het exitscenario uit de lockdown.

KB nr. 15 is niet bedoeld om de bedrijfseconomische gevolgen van de pandemie op langere termijn op te vangen. Daartoe zal een onderneming beroep moeten doen op de bestaande instrumenten van Boek XX WER om de continuïteit duurzaam te vrijwaren. Agio staat u hierin graag met raad en daad bij.

Zit u met vragen? Wilt u weten wat de impact is van KB nr. 15 op uw onderneming?

Kom eens praten

Peter Baert

Partner

Wat verwacht u van uw advocatenkantoor? Eerlijke oplossingen, duidelijke antwoorden en een oprecht vooruitzicht. Ja toch? Wij ook.

Kom eens praten

Agio Antwerpen Centrum

+32 (0)3 237 21 00

Algemeen

info@agiolaw.be

Agio Antwerpen Noord

+32 (0)3 246 37 20